Stopt Stalking?

Inleiding

“Enkele tienduizenden slachtoffers van stalking” “Ruim honderd stalkers vervolgd sinds invoering van de wet” “Anti-stalkingswet leidt tot nu toe tot 13 celstraffen”

Bij stalking gaat het om herhaaldelijke en/of escalerende handelingen, die op zich (over het algemeen) niet strafbaar zijn. De lange reeks van terreur zorgt er echter voor dat de persoonlijke levenssfeer (het gewone dagelijkse leven) ontwricht en verziekt wordt. Stalking is niet alleen een individueel probleem; stalking is een maatschappelijk probleem, dat door de strafbaarstelling meer erkenning heeft gekregen. Door stalking als misdrijf te omschrijven in het wetboek van strafrecht, heeft de overheid aangegeven dat stalking onaanvaardbaar ‘gedrag’ is, zodanig dat het zelfs strafbaar is.

In Nederland wordt aangenomen dat het aantal slachtoffers enkele tien-duizenden betreft. Op het moment dat de wet een jaar van kracht is zijn er ruim honderd stalkers vervolgd, er is echter maar een klein deel van die groep, namelijk 13 stalkers, veroordeeld. Dit aantal geeft echter geen reëel beeld, daar de meeste straffen nog niet geregistreerd zijn. Is er door de strafbaarstelling van stalking een einde gekomen aan het leed van de slachtoffers, of zijn er andere middelen en maatregelen nodig om stalking te stoppen?

Knelpunten van de Anti-stalkingswet (artikel 285b Wetboek van Strafrecht)

Delictsomschrijving
Stalkers dringen langdurig en op (zeer) hinderlijke wijze binnen in de leefwereld van het slachtoffer. Het is een (ernstige) vorm van geestelijke mishandeling.
Het bovenstaande komt maar gedeeltelijk naar voren in de delictsomschrijving zoals die nu opgenomen is in het wetboek van strafrecht, artikel 285b. Er blijven een aantal, belangrijke zaken, onbeschreven.

-    Gedurende welke periode moet er sprake zijn van stalking?
-    Hoe vaak moet het slachtoffer in die periode gestalkt worden?
-    Wanneer zijn gedragingen hinderlijk?
-    Wat houdt het inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer precies in?

Voor de wetgeving en voor onderzoek naar stalking is het van belang dat er zo min mogelijk misverstanden kunnen ontstaan over wat precies onder stalking moet worden verstaan. Het is echter moeilijk om een voor iedereen acceptabele definitie of delictsomschrijving vast te stellen.
De definitie of delictsomschrijving mag niet te strikt zijn, omdat er dan een aantal slachtoffers buiten de wet of definitie vallen die daar wel onder zouden moeten vallen zodat ze de steun krijgen die ze nodig hebben en verdienen.

De praktijk heeft in Engeland en Wales uitgewezen dat de definitie cq. delicts-omschrijving ook niet te ruim mag zijn. Gedragingen die irritant maar in feite volkomen onschuldig zijn, zouden dan te snel als stalking kunnen worden aan-gemerkt. Het gevolg van The Protection from Harassment Act uit 1997 (de Anti-stalkingswet in Engeland en Wales) was dat van de eerste zes gevallen die moesten voorkomen, er maar twee betrekking hadden op stalkers en de overige vier betrekking hadden op demonstranten die op ongeoorloofde wijze voor bepaalde rechten opkwamen .


Strafrechtelijke interventie
Slachtoffers van stalking willen maar één ding: met rust gelaten worden en hun oude leven (van voor de stalking) terugkrijgen. Dat is nu juist wat het strafrecht niet kan bewerkstelligen. Het kan lange tijd duren voordat een zaak voorkomt bij de rechter, in de tussentijd kan de stalker al heel wat schade (geestelijk, lichamelijk of materiële) aangericht hebben. Theoretisch bestaat de mogelijkheid om de stalker preventief vast te houden, maar in de praktijk gebeurt dit niet of nauwelijks. Het betreft vaak keurige daders, zonder strafblad en met vaste werkzaamheden. Zij worden zelden preventief vastgehouden door de rechter-commissaris.

Naar mijn mening worden de belangen van de daders hierdoor voor de belangen van het slachtoffer geplaatst. De stalker wordt niet vastgehouden omdat het vaak een (overigens) keurige daders betreft, zonder strafblad en met vaste werkzaamheden. Maar de dader wordt niet voor niets verdacht van stalking, zo keurig is hij dus blijkbaar niet. Het argument van vaste werkzaamheden gaat naar mijn mening niet op, als hij met het gedrag het leven en de werkzaamheden van zijn slachtoffer onmogelijk maakt.

De vraag is of strafrechtelijke interventie zin heeft voor het slachtoffer. De Stichting Stop Stalking is van mening dat het bestraffen van belagers alleen maar averechts werkt. De dader wordt alleen maar rancuneus van de tijd in de cel, hij zal de persoon die hem achter de tralies heeft laten belanden direct na zijn vrijlating weer opzoeken. Celstraf is voor het slachtoffer een tijdelijke verlossing van haar stalker, maar het lost het probleem niet structureel op.

Illusie bij het slachtoffer
Voor de inwerkingtreding van de Anti-stalkingswet hoopten veel slachtoffers dat met de invoering van deze wet een einde zou komen aan de terreur van hun stalker en aan het daarmee gepaard gaande leed. Die illusie werd door het slachtoffer, maar ook door hulp- en dienstverleners maar al te graag in stand gehouden. Door het vooruitzicht van een mogelijke oplossing (in de vorm van een Anti-stalkingswet), kon de machteloosheid bij het slachtoffer, maar ook bij de hulp- en dienstverleners plaats maken voor hoop op een goede afloop.  Veel slachtoffers zullen er onterecht vanuit zijn gegaan dat zij met de inwerkingtreding van de wet spoedig van hun kwelgeest verlost zouden zijn.

Bewijsvoering
Stalking is vaak moeilijk te bewijzen. Het gaat vaak, zoals al eerder gezegd, om een reeks handelingen die op zich niet strafbaar zijn. Bovendien is het slachtoffer bij aanvang van de stalking vaak te overrompeld door de terreur dat ze niet aan mogelijke bewijsvoering denken. Daarnaast is het moeilijk voor slachtoffers om bewijs te verzamelen, daar de daders vaak op slinkse wijze het leven van het slachtoffer ondraaglijk maken.

Kennis van de stalkingsproblematiek bij politie, justitie, hulp- en dienstverleners

De kennis van de stalkingsproblematiek laat nog te wensen over. De ‘gewone’ Nederlandse bevolking is nog niet bekend met dit fenomeen, laat staan met de maatregelen die getroffen kunnen worden tegen deze vorm van terreur. Maar ook politie, justitie, hulp- en dienstverleners hebben nog niet genoeg kennis van de stalkingsproblematiek. Het is daarom de vraag of het probleem van de slachtoffers altijd onderkend wordt door politie, justitie, hulp- en dienstverleners. Het antwoord is waarschijnlijk nee, dat baseer ik op het volgende praktijkvoorbeeld. Het betreft een dienstverlener die niet voldoende op de hoogte is van de nieuwe wettelijke mogelijkheden tegen stalking, waardoor het slachtoffer niet de hulp krijgt die het nodig heeft en verdient.

Casus
Marieke (gefingeerde naam) komt in het voorjaar van 2001 bij Rechtshulp  met het volgende verhaal. Ze werkt sinds korte tijd voor een eenmansbedrijfje, een meubelmakerij. Ze doet wat administratieve werkzaamheden. De eigenaar is een beetje vreemde man, die zich nog al eens seksistisch uitlaat tegenover Marieke. Marieke vindt het niet fijn meer om nog langer bij de man te werken, omdat ze altijd met z’n tweeën zijn en neemt ontslag. Vanaf dat moment wordt zij overal door deze man gevolgd, hij belt haar vele malen per dag en dreigt haar iets aan te doen als zij niet weer voor hem komt werken.


Marieke is al bij de politie geweest, maar zij zeggen niets voor haar te kunnen doen. Pas als hij zijn dreigementen waar maakt, kunnen ze ingrijpen. Daar wil ze natuurlijk niet op wachten en ze komt bij Rechtshulp voor hulp. De dienst-verlener weet niets van de wet die op dat moment al 3/4 jaar daarvoor in werking is getreden. Daarom zegt zij, net als de politie eerder aan het slachtoffer heeft verteld, niets voor het slachtoffer te kunnen doen.

Dit praktijkvoorbeeld staat niet op zichzelf en geeft pijnlijk weer dat slachtoffers niet de steun krijgen die ze nodig hebben, door onwetendheid bij dienst-verlenende instellingen. Zelfs maanden na de invoering van de Anti-stalkingswet worden slachtoffers niet goed geholpen, omdat dienstverleners niet op de hoogte zijn van de wettelijke maatregelen die getroffen kunnen worden. Daarnaast blijkt ook de politie niet altijd goed op de hoogte te zijn.